GELEIDBAARHEID METING
Introductie
Water waarin opgeloste stoffen zitten geleid elektrische stroom. Deze
mogelijkheid van geleiding wordt in het engels “conductance” genoemd welke
de reciproke waarde van “resistance” (weerstand) is. Het toevoegen van
zouten, zuren of basische stoffen aan puur water laat de geleidbaarheid van dit
water toenemen. De “resistance” waarde neemt af.
Een elektronische geleidbaarheid meter meet de geleidbaarheid van de vloeistof
d.m.v. een analyzer verbonden d.m.v. een elektrische kabel met een sensor welke
in de vloeistof wordt gedompeld. De sensor bestaat uit 2 elektrodes en een
temperatuur meting welke over het algemeen zijn ondergebracht in een kunststof
behuizing. De analyzer zet een wisselspanning op de elektrodes en de stroom
welke tussen beide elektrodes gaat lopen is een maat voor de geleidbaarheid van
de vloeistof.
Als de temperatuur van de vloeistof wijzigt
zal ook de geleidbaarheid wijzigen. Een temperatuur verandering wordt
gecompenseerd door de ingebouwde temperatuur meting. Deze bestaat normaal
gesproken uit een thermistor. (temp. gevoelige weerstand) Deze thermistor beinvloedt
de versterkingsfactor van het meetcircuit waardoor temperatuur
wijzigingen automatisch gecompenseerd wordt. Welke temperatuur ook gemeten
wordt, het display zal de geleidbaarheid aangeven als of de vloeistof 25°C is. Dit is een international erkende standaard. De temperatuurcompensatie is
automatisch of met de hand instelbaar.
Niet alle vloeistoffen waarin stoffen zijn opgelost hebben de zelfde
geleidbaarheid wijziging bij verandering van temperatuur. De verhouding
geleidbaarheid wijziging t.o.v. de temperatuur verandering wordt aangegeven in %
per °C
ELEKTRONEN TRANSPORT
Als er een spanning wordt gezet tussen beide elektrodes van de sensor gaat er
een elektronen stroom lopen tussen beide sensors en zullen er gas belletjes
ontstaan. De elektronen stroom veroorzaakt een stroom lopend van de ene naar de
andere elektrode. De vrijkomende gasbelletjes bouwen zich op rond de elektrode,
waardoor het contact met de vloeistof terug loopt. Dit effect wordt ook wel het
polarisatie effect genoemd. Dit effect wordt voorkomen door i.p.v. een
gelijkspanning, een wisselspanning op de elektrodes te zetten. De tijd van de
wisselspanning cyclus is te kort, en de spanning is te laag om een opbouw van
dit effect te veroorzaken.
MEETEENHEID VOOR GELEIDING
De standaard meeteenheid voor geleiding is de “mhos/cm”. (mho is de
reciproke voor ohm)
Een weerstand van 100 ohm – cm is equivalent aan een geleidbaarheid van 1/100
mhos/cm.
De industrie heeft een nieuwe eenheid hiervoor uitgebracht welke door een ieder
gebruikt kan worden namelijk de “Siemen/cm”. Geleidbaarheid wordt normaal
gesproken uitgedrukt in microSiemens/cm. Dit is 1 miljoenste van een Siemen .
Een geleidende oplossing met een waarde van 100 ohm-cm heeft een geleiding
waarde van 10.000 microSiemens. [ 1/100(reciproke van ohm) x 1.000.000 (vermenigvuldig getal om Siemens naar
microSiemen om te zetten)].
MicroSiemens wordt geschreven als µS en miliSiemens
als mS.
De microSiemens waarde kan globaal omgezet worden naar ppm (parts per million), welke
een concentratie aangeeft. Algemeen kan je zeggen dat 1 microSiemens = 1,5 x TDS
(total dissolved solids)ppm. Afhankelijk van het oplossingsconcentraat en de
samenstelling kan de factor 1,5 wijzigen. Indien TDS is weergegeven uit een
oplossing met sodium chloride, is de microSiemens waarde ca. 2x de
TDS waarde als van een zelfde oplossing met natrium chloride. (NaCI).
Over het algemeen kan je zeggen:
1 ppm = 1,5 microSiemens.
1 ppm (sodium chloride) = ~ 2 microSiemen
(<30.000 µS)
1 ppm (gemixte zouten) = ~ 1,5 microSiemens(<1.000 µS)